Historie

In 1920 is Jan Kamphuis sr. (1899-1978) als transportondernemer gestart met een beurtdienst op Winschoten. Hij woonde toen in Meeden. Na zijn huwelijk in 1922 vestigde hij zich aan het Egypteneinde in Veendam. In 1923 heeft hij zich bij de Kamer van Koophandel in Veendam laten inschrijven als transportondernemer. De beurtdienst werd onderhouden met paard en wagen.

Jan Kamphuis sr. stelt paard en wagen beschikbaar voor het jaarlijkse schoolreisje.


Reeds in de twintiger jaren werd de eerste vrachtauto aangeschaft. In de jaren dertig bestond het bedrijf uit drie wagens. Er waren twee inwonende chauffeurs in dienst. De beurtdienst werd uitgebreid met een dienst naar de stad Groningen. Daarnaast werd er gereden naar de veemarkt in Groningen en verschillende jaarmarkten, zoals de Zuidlaardermarkt.  Ook voor de strokartonfabrieken in Veendam, de Phoenix en de Vrijheid, werden goederen vervoerd.

 

Jan Kamphuis sr. en zijn knecht op het bodenterrein in Groningen, circa 1925.


In 1936 werd de beurtdienst verkocht aan A. Prins in Veendam. Toen in de oorlog vrachtauto’s door de Duitsers werden gevorderd, heeft Jan Kamphuis dit nog enige tijd weten te voorkomen, door samen met zijn personeel op vliegveld Volkel als chauffeur op de eigen auto’s te gaan werken, maar uiteindelijk moesten ook deze auto’s worden ingeleverd.  Inmiddels was zoon Hendrik (1923-1998) oud genoeg om ook als chauffeur aan de slag te willen gaan. Hij was in die tijd buschauffeur en ontmoette daarbij zijn toekomstige vrouw Rika Oorburg. Nadat Jan zonder auto’s in Veendam was teruggekeerd, werd het goederentransport weer opgepakt. Vader en zoon maakten nu weer gebruik van paarden en wagens tot het moment, dat Hendrik door de Duitsers in Hamburg te werk werd gesteld.

Na de oorlog gingen Jan en Hendrik al snel weer aan de slag met twee dump-auto’s.

Dump-auto waarmee het transport weer werd opgepakt na de oorlog.


De dump-auto’s werden één voor één vervangen door vrachtauto’s van het merk Bedford, waaraan het bedrijf tot in lengte van jaren trouw zou blijven. Jan en Hendrik gingen zich meer toeleggen op veevervoer: mestvarkens naar het slachthuis, gebruiksvee naar de veemarkt in Groningen en diverse jaarmarkten. Nieuwe auto’s werden geschikt gemaakt voor zowel veevervoer als het vervoer met open laadbakken.

Hendrik Kamphuis met zijn zoon Jan voor twee auto's van het Bedford O type.

In de zestiger jaren werd een derde auto aangeschaft en een chauffeur in dienst genomen. Naast het veevervoer werd er gereden met fruit van de veiling in Tiel en er werden rozenonderlagen vervoerd naar Limburg. Scheepsbenodigdheden naar en van scheepswerven, grafzerken, kolen, natte pulp en pulpbrokken, stro, zand en grind, kunstmest, al dit soort goederen werden vervoerd. 

Bedford KCG uit 1963 met bootje als lading. 

Toen Jan Sr. zich omstreeks 1970 terugtrok uit het bedrijf, werd zijn plaats ingenomen door zijn oudste kleinzoon. Jan Jr. had een monteursopleiding gevolgd en praktijkervaring opgedaan bij Garage Bakker, de plaatselijke Bedford-dealer. Enkele jaren later nam de tweede zoon van Hendrik, Lukas de plaats in van de chauffeur.

In de loop der jaren werd de vrachtauto’s vervangen door nieuwere en grotere uitvoeringen, nog steeds van het merk Bedford. In 1976 werd de eerste Bedford TM 1700 in gebruik genomen.

Bedford TM 1700 met veelaadbak

Daarna werden ook de twee overgebleven Bedfords uit de KM-serie vervangen door een TM 3250 enkelas en een TM 3250 tandem-as. Nog steeds werden de auto’s voorzien van afzetbare veebakken en konden dus voor allerlei werkzaamheden worden ingezet.

Wordt vervolgd.